HISTORISCHE TERUGBLIK
De eerste bewoner en de eerste Koning is volgens oude tradities Inopion, de zoon
van Dionissos of Thisseus en Ariadne, die van Kreta afkomstig waren en de lokale
bevolking leerde hoe ze druiven moesten kweken.
De naam Chios is afkomstig van Chiona, die de dochter was van
Inopion. Ion daarentegen beweert dat de naam afkomstig is van Hios, de zoon van
Neptunes, bij wiens geboorte er te veel sneeuw (hioni) viel op het eiland.
Volgens een derde theorie van de historicus Isidoros, is de naam Chios afkomstig
van de Funissiërs en betekent het in de Syrische taal “Mastiek”.
Het eiland werd in het verleden ook met andere namen benoemd
zoals Pitioussa (omwille van haar pijnbomen), Makris omwillen van haar vorm (Makri
= lang), Aethalea (omwille van haar vulkaan) en Ofioussa (omwille van de vele
slangen = ofis) maar deze namen zijn in de loop der eeuwen verloren gegaan. De
archeologische vondsten (in Ag. Galas en Emporios) tonen aan dat het eiland
reeds bewoond is sinds 6000 voor Christus.
Wat de stad Chios betreft zijn er bewijzen terug gevonden van voor de eerste
Ionische Colonisatie toen de Ioniërs van het vasteland Chios bewoonden rond 1000
voor Christus en het ontwikkelden tot één van de grootste steden van de oude
tijd.
Niet alleen maakten de Chioten winst door goederentransport, maar ook
door zelf handel te drijven in hun eigen landbouw- en industriële producten. Het
unieke Mastiek was niet de enige bron van weelde. In de 16e eeuw was Chios een
grote stad met een populatie die geschat wordt rond de 60.000 à 80.000 inwoners
(de slaven niet meegerekend).
Toen Chios lid werd van de Atheense Alliantie was het vrij en zelfbesturend. Tot
aan de Polonesische oorlog was er een vijfjarige periode van vrede en groei. De
verwoeste stad werd heropgebouwd en de bewoners maakten vooruitgang in
scheepvaart en de handel nam toe op het eiland, wat resulteerde in extreme luxe.
Athineos haalde aan dat de Chioten bekend waren voor hun ingenieuziteit en
kookkunsten en de Chiotische koks waren zeer gegeerd. Thoukidides karakteriseert
de Chioten als de rijksten onder de Grieken en looft hun stad.
Vervolgens was er de Peloponesische oorlog waarin de Chioten eerst samen met de
Atheners vochten. Na hun nederlaag in Sicilië echter, liepen ze over en
verklaarden hun steun aan Sparta. De Spartanen plaatsten echter “Dekarhia” (10 tirannen)
en een hoofdleider, zodat Chios opnieuw te maken kreeg met tirannie en geweld.
Ze verloren al hun schepen aan de Spartanen. De Chioten kregen al gauw spijt dat
ze de Atheners de rug toegekeerd hadden. De financiële achteruitgang van
Griekenland aan het einde van de 7e eeuw tot de 10e eeuw trof ook Chios. Daarna ging het
stilaan beter. De laatste occupatie van het eiland door de Genuanen (Italië) in
1346 luidde het begin van een nieuw tijdperk in. In 1566 ruimden de Genuanen op
hun beurt plaats voor de nieuwe bezetters, zijnde de Turken. De Turkse bezetting
duurde 350 jaar (1566 – 1912).
In 1821 startte Griekenland haar revolutie tegen de Ottomanen. Na 400 jaar van
bezetting en slavernij in hun moederland kwamen de Grieken eindelijk in opstand
en vochten voor hun onafhankelijkheid. Chios nam echter niet deel in deze
opstand. Het was een vredevol volk dat haar leven gewijd had aan het kweken van
Mastiek. Dit product werd vooral verkocht aan de Sultan en daardoor kregen de
Chioten meer privileges dan de andere Grieken en de slavernij was daardoor veel
draaglijker op Chios.
Ongeacht
deze privileges stonden de mensen van Chios trots en
rebels tegenover het Ottomaanse rijk. In maart van 1822 leidde Likourgos
Logothetis van Samos zijn 2500 soldaten tellende leger naar de verovering van
een Turks garizoen.
Toen dit nieuws de Sultan bereikte beviel hij zijn commandoleider
Kara-Ali en diens vloot Chios aan te vallen en de mensen van Chios te straffen. Kara-Ali
en zijn soldaten slachtten vele mensen van het eiland af.
In een korte periode kende het mooie Egeïsche eiland een katastrofe die
de inwoners ofwel had afgeslacht, gevangen genomen of verkocht als slaven.
Van de populatie van 100000 Grieken waren er maar 40000 in staat om naar
naburige eilanden te vluchten of de bergen in te trekken. De mensen die de
bergen waren ingetrokken werden snel daarna verplicht het eiland te verlaten.
Tegen het einde van augustus was de populatie van Chios gezakt tot 3000 mensen.
Het nieuws van de barbaarse slachtpartij had snel de rest van
Griekenland bereikt en de naburige Europese landen. Het was toen pas dat
de naties in de wereld het belang inzagen van de rechtzetting van de Griekse
onafhankelijkheid tegenover het Ottomaanse rijk. Aangezien de Grieken niet
in staat waren de vernietiging van Chios door Kara-Ali tegen te gaan, besloten
ze wraak te nemen. Constandinos Kanaris, zeecommandant van het eiland
Psara, moest deze wraakvolle missie leiden.
Na
de verschrikkelijke aardbeving in maart 1881, vertrekt op 4 juni 1882 Kanaris
samen met een andere zeecommandant, Pipino, op het eiland Psara, samen met hun
vuurschepen. Karanis omsingelde
Kara-Ali's vloot en Pipino omsingelde de andere vloot.
De vijandelijke schepen zagen Pipino's vloot en roeiden die op tijd uit.
Maar Kanaris' vloot slaagde erin de vijandelijke schepen in brand te zetten en
te laten exploderen. De overwinning kostte 1600 levens.
Deze aanmoedigende overwinning gaf de Grieken kracht voor het terugwinnen
van hun onafhankelijkheid en vanaf toen werden alle gevechten gestreden met een
bezielde overtuiging van hun vrijheid.
Na de Balkangevechten is Chios op 11 november 1912 eindelijk vrij en
terug verbonden met de rest van de Griekse steden. Chios bevond zich
opnieuw onder vreemd bestuur op 4 mei 1941 toen het bezet werd door de Duitsers.
De Duitse bezetting eindigde op 10 september 1944.